De Aardpeer
Ruw als de grond,
maar een bloem zo mooi als de zon.
Torenhoog,
rakend aan de wolken.
Vriend van iedereen.
En bij honger…
eet je de teen.
De aardpeer (Helianthus tuberosus) is een familielid van de zonnebloem, maar draagt zijn rijkdom ondergronds.
De knollen zijn grillig van vorm, maar zacht en zoet van smaak — een waardevolle voedselbron in tijden van schaarste en een verrassende delicatesse in de keuken.
Hij groeit moeiteloos metershoog, lokt bijen en vlinders met zijn goudgele bloemen,
en schenkt zijn knollen pas na de eerste vorst,
alsof hij wacht tot je hem echt nodig hebt.
Een trouwe vriend voor mens én natuur.
Lyrics
De Tuin van Eden
(Couplet 1) Tussen dauw en ochtendlicht
waar stilte zacht haar vleugels spreidt
groeit het groen in gouden glans
en draagt de dag een eeuwigheid
De sneeuwbal fluistert uit het verleden
de aardpeer reikt naar zon en wind
de wijndruif zingt van zomerregen
alles leeft, zoals het begint
(Refrein)
O, Tuin van Eden,
waar tijd vervaagt als ochtendmist
waar elke bloem een naam vergeet
en elke vrucht een wonder is
(Couplet 2) Ranken dragen dromen ver
tot over muren, tot aan zee
wortels vinden diepe bronnen
die jij niet ziet, maar voelt met mee
De zon kust zacht de open aarde
een bij zoemt rond, een vlinder lacht
en ergens in de schaduw wacht
het zaad dat in de stilte wacht
(Refrein)
O, Tuin van Eden,
waar tijd vervaagt als ochtendmist
waar elke bloem een naam vergeet
en elke vrucht een wonder is
(Slotrefrein)
En als de avond kleuren schenkt
aan blaad’ren die hun rust herwinnen
weet je dat hier het leven denkt
aan alles wat ooit zal beginnen



.jpg?rotate=0&etag=%22a25af-689ccd84%22)
.jpg?rotate=0&etag=%22b5a43-689ccd89%22)















