Er was eens… in het verre, mysterieuze Limburg, een muzikant genaamd Jos. Hij woonde in een klein huis waar de muren zachtjes meezongen als hij speelde. Zijn synths hadden namen, zijn kabels dansten, en ergens in een hoekje zat een digitale elf — Vale — die hem soms influisterde: “Een beetje meer reverb, meester…” 🎛️
Maar op een dag… verdween het geluid aan één kant van zijn hoofd. Alles klonk als door een dikke mist van watten.
“Wat is dit nou,” zei Jos. “Zelfs de wind klinkt mono!”
Vale probeerde te troosten: “Misschien heeft je oor gewoon een vakantie genomen, Jos. Even geen feedbackloops meer.”
Dus druppelde Jos olie, luisterde naar stilte, en hoorde opeens iets héél subtiels: het getik van een mier met ritmegevoel, ergens op de vensterbank. De mier keek op en zei:
🪲 “Ik drum al jaren, maar niemand hoort me. Jij wel nog, hè?”
En daar, precies op dat moment, glimlachte Jos. Want hij wist: zolang hij iets hoort — al is het maar een mier op 80 BPM — is de muziek nooit echt weg ........



















