"Het begon allemaal zondagochtend. Met de zon die vrolijk door de ramen scheen, keek ik naar mijn to-do lijst. Niet die van werk, maar DE lijst. De Nederlandse Volkslijst. En daar stonden ze weer, al maanden, nee, jaren: dezelfde taken. Toen besefte ik: ik ben niet alleen. Dit is ons collectieve trauma. Dus hierbij, de officiële lijst..."
"De Kast Uitruimen (aka: Het Zwarte Gat van Mijn Huis)"
"Die ene kast waar alles in gaat wat geen plek heeft. Je opent hem alleen om iets toe te voegen, nooit om op te ruimen. Het bevat: oude telefoons, mysterieuze kabels, een sollicitatiebundel uit 2015."
"Mijn strategie: wachten tot ik verhuis. Dan gaat de hele kast in een doos met het label 'kast'."
"De Digitale Foto's Opschonen (Operation: Herinneringen Sorteren)"
"857 foto's van dezelfde zonsondergang in 2018. 43 schermafdrukken van een bol.com bestelling. Het enige wat ik doe is scrollen en verzuchten: 'hier moet ik eens iets mee doen ! "
"De Belastingaangifte Voorbereiden (Het Jaarlijkse Spektakel)"
"Het begint in februari met 'ik ga dit jaar vroeg beginnen'. Eindigt op 30 april om 23:58 met zweterige handen."
"De Auto Poetsen (Het Wachten op Het Gouden Weermoment)"
Het weer moet perfect zijn: niet te koud, niet te warm, geen zon (vanwege vlekken), geen regen (uiteraard), en vooral geen wind. En ik moet er zin in hebben. Deze unieke samenloop van omstandigheden vindt ongeveer plaats als Halley's komeet voorbijkomt. Mijn auto heeft inmiddels een natuurlijk beschermlaagje van Nederlandse seizoenen.
"De Ramen Lappen (Alleen Bij Zomer-Zen-Weer)"
Dit is geen klus, dit is een jaarlijks meditatief ritueel dat plaatsvindt op één specifieke loom-warme-zonder-vliegen-dag in de zomer. Het raam is mijn canvas, en de natuur schildert erop: vogelpoep is abstracte kunst, regensporen zijn verticale lijnen. Tot de perfecte dag aanbreekt, kijk ik naar de wereld alsof ik in een impressionistisch schilderij woon. En eigenlijk is dat best mooi.
"De Ramen Lappen (Het Grote Doorzichtige Uitstelproject)"
Er is iets paradoxaals aan ramen lappen: je doet het zodat je naar buiten kunt kijken, maar je stelt het uit tot je écht niet meer naar buiten kíjkt, maar ernaar – door een decor van vingerafdrukken, regensporen en de mysterieuze abstracte kunst die een vlieg heeft achtergelaten.
Mijn strategie is briljant: de jaarlijkse 'Zomer Zen'-schoonmaak. Ik wacht op die ene, loom warme dag – niet te heet, anders droogt het te snel en krijg je strepen. Niet te koel, anders krijg je koude vingers. Er moet een zacht briesje staan (voor de romantiek), en ik moet het gevoel hebben dat ik ‘iets productiefs met de zomer doe’ zonder dat het zweten wordt.
Tot die tijd leef ik met een soort impressionistisch filter op de wereld. De tuin wordt een Monet, de overburen een vage herinnering, en het zonlicht valt in dramatische stralen door het vuil – eigenlijk best sfeervol. De ramen vertellen een verhaal: hier een vogel die dacht dat het lucht was, daar de handafdruk van een enthousiaste visite, en overal het stof van een voorbijgaand seizoen.
En zo blijft het op de lijst staan, tussen ‘tuinmeubelen schrobben’ en ‘zonwering afnemen’ – een zomerritueel dat elk jaar opnieuw beloofd wordt, en bijna net zo vaak wordt doorgeschoven naar ‘volgend jaar, echt’. Want zeg nou zelf: als je er eenmaal doorheen kunt kijken, mis je al die kunst.
"De Nagels Knippen (Uitstellen tot Ze Hun Eigen Postcode Hebben)"
Het begint met één nagel die hakt. Het eindigt met het gevoel dat je op je vingertoppen klauwen draagt. Toch duurt het altijd net iets langer dan menselijk verantwoord is. Want tussen 'nu even niet' en 'oké, nu echt' ligt een universum aan uitstelgratie. Bonus: je hoeft nooit meer een sticker van een envelop te peuteren – je piercet hem gewoon.
"De Kamer Poetsen (Wachten tot het Stof Mijn Handtekening Draagt)"
Stof is geen vuil, het is een archief. Elke laag vertelt wat ik de afgelopen weken heb gedaan (niet stofzuigen, in ieder geval). Ik poets pas als het stof persoonlijk wordt – als ik er mijn initialen in kan schrijven. Tot die tijd is het een gratis, zij het wat grijzige, inrichtingsdetail.
"De Kamer Poetsen (Een Oefening in Stof-Philosophie)"
Er is een bepaalde grens waarop stof stopt met ‘vies’ zijn en begint te worden tot ‘sfeer’. Een laagje op de boekenplank? Dat is patina. Een waas op het nachtkastje? Dat is atmosfeer. Een duidelijk afgetekende vingerafdruk op het tafelblad? Dat is geschiedenis.
Mijn poetsstrategie is niet gebaseerd op tijd of noodzaak, maar op een mysterieus intern signaal. Het moet voelen als een ‘nieuw begin’. Meestal valt dat samen met één van de volgende scenario's:
- Ik heb net iets belangrijks afgerond en wil de fysieke wereld ook maar meteen op orde brengen.
- Ik stel iets anders uit, en poetsen voelt opeens aan als een aantrekkelijk alternatief.
- Er komt onverwacht bezoek, en de stof heeft net de grens van ‘gezellig verwaarloosd’ naar ‘duidelijk verwaarloosd’ overschreden.
Tot die tijd leeft ik in harmonie met het stof. Het is mijn stille huisgenoot. Het dempt het licht, verzacht de scherpe randjes van de meubels, en herinnert me eraan dat de tijd voorbij gaat – letterlijk, korreltje voor korreltje. “Het kan nog wel wat stof bij,” is dan ook geen excuus, maar een levensfilosofie. Waarom zou ik een perfect schone tafel willen, als ik ook een tafel kan hebben die verhalen vertelt? Hier zat ik te werken, daar viel een kruimel, en daar… ja, wat is dat eigenlijk?
Dus blijft ‘kamer poetsen’ op de lijst staan. Niet als een taak, maar als een potentiële meditatie. Voor als ik eens écht de tijd neem. En de zin. En de juiste lichtval op het stof om te zien wat ik allemaal weg zou poetsen.
"De Kleerkast Uitmesten (Een Emotionele Rollercoaster in Drie Planken)"
Dit is een reis door mijn eigen modegeschiedenis. Van de ‘ik-dacht-dat-dat-stond’ fase naar de ‘wie-koopt-dit-toch’ realisatie. Ergens tussen het sentiment en de spijt schuift de kast dicht, met de belofte dat ik het ‘binnenkort’ ga doen. Waarschijnlijk net na de volgende was, of vóór de volgende seizoenswissel. Of volgend jaar. Echt waar.
"De Kleerkast Uitmesten (Een Archeologische Expeditie in Eigen Huis)"
Dit is geen klus. Dit is een reis door de tijd, een ontmoeting met je vroegere ikken, en een confrontatie met je koopbeslissingen. Je opent de deur en het begint al: dat ene shirt dat je ooit kocht voor dat ene festival. Die broek die ‘ooit wel weer in zou moeten gaan’. Dat paar sokken waarvan je er maar één draagt omdat de ander spoorloos is – maar híj ligt hier ergens, je voelt het.
Mijn uitmest-strategie volgt het principe van de ‘morele spijt-drempel’. Een kledingstuk mag pas weg als:
- Het al drie verhuizingen heeft meegemaakt zonder ooit gedragen te worden.
- Het een stof bevat die nog niet is uitgevonden (wat ís dit? microvezel? futuristisch schuurpapier?).
- Het een herinnering oproept aan een persoon die je niet meer kent, op een plek waar je niet meer komt.
Maar dan, middenin de stapel ‘twijfel’, vind je óók de schat: die ene perfecte trui. Die je was vergeten. Die nu opeens weer helemaal ‘in’ is (of juist niet, maar dat maakt niet uit). En zo verandert uitmesten in shoppen – maar dan gratis. Je koopt niets, je ontdekt opnieuw.
En dus sluit je de deur weer. Want eigenlijk heb je nu een nieuwe outfit. En voor je het weet, heb je de kast niet uitge mest, maar aangevuld. De volgende keer. Echt.
"Bij welke taak haak jij af? En (nog belangrijker): wat staat er op JOUW eeuwige to-do lijst die ik vergeten ben?



















